Willem Derks (1797-1849), de tweede Omta op de Omtadaborg

Zoals we zagen op de pagina over Derk Arends, de eerste Omta op de Omtadaborg is het de vierde zoon van hem, Willem Derks (1798-1849), die de Omtadaborg overneemt.

Op 8 augustus 1846 wordt de nalatenschap van de onverdeelde boedel van Derk Arends, Martje Klaassens en Arend Derks notarieel over de zes erfgerechtigden verdeeld.[i] De nalatenschap, twee behuizingen, landerijen op “t Zandt, te Godlinze en Spijk, en ook alle roerende goederen is aanzienlijk. De zes erfgerechtigden kunnen tezamen een totale waarde van ongeveer ƒ 145.000 verdelen (een hedendaagse waarde van ongeveer € 1,63 miljoen). Daarnaast zijn de talrijke gouden en zilveren voorwerpen onderhands verdeeld. Derk Willems ontvangt voor zijn deel:

‘Een boerenbehuizinge en schuur no. 89 met de vaste en altoosdurende beklemming van 39 bunders 26 roeden, 10 ellen land, zijnde de plaats Omta genaamd, staande en gelegen te ’t Zandt en over een gedeelte gelegen te Godlinzen buitendijks, doende jaarlijks op Midwinter 260 gulden tot vaste huur; waarvan 26 bunders 22 roeden, 20 ellen land, voorkomende op het Kadaster van ’t Zandt. De vaste beklemming van 7 bunders 19 roeden, 10 ellen land gelegen te Godlinzen buitendijks, doende jaarlijks op Midwinter 56 gulden tot vaste huur, voorkomende op het Kadaster van Bierum. De beklemming van 2 bunders 18 roeden, 20 ellen land gelegen aan de Oude Dijk onder ‘t Zandt, doende jaarlijks aan de Diaconie van de Hervormde Kerk op Midwinter 25 gulden tot huur; voorkomende op het Kadaster van ’t Zandt’.

De totale waarde van al het bovenstaande wordt vastgesteld op ƒ 24.000. Daarnaast omvat zijn deel van de erfenis nog twee banken in en tien graven bij de Hervormde Kerk te ’t Zandt en tot slot ontvangt hij nog ƒ 76,36 contant. Interessant is dat Derk Willems’ deel van de erfenis wat landbouwgrond betreft geheel voortkomt uit de inbreng van Martje Klaassens bij haar huwelijk met Arend Derks dat op 24 augustus1792 in gemeenschap van ‘losse’ goederen en in ongemeenschap van alle andere goederen was gesloten.

Bij een eerdere onderhandse verdeling op 1 juni 1844 zijn de erfgenamen al overeengekomen dat Derk Willems de boerderij (daarin Ompthada genoemd), de tuin, de appelboomgaard, wat losse goederen en de landerijen te ’t Zandt en Godlinze buitendijks zal erven, ‘tezamen groot 48 bunder 63 roeden en 40 ellen[ii] (grofweg 64 hectares gepacht land), met alle lusten en lasten, zoo als het door onze ouders is bezeten en nagelaten’.[iii]

Op 16 december 1829 is Derk Willems met Derkje Luilfs Edema (1808-1864) getrouwd (afb.1).

1: Handtekeningen onder de huwelijksakte door Willem Derks Omta, Derkje Luilfs Edema, hun ouders en andere familileden 

Waarschijnlijk gaan zij in 1834, na het overlijden van haar vader Luilf Harms Edema, in 1834 op de boerderij van haar moeder Martje(n) Egges Arkema (1770/72* – 1848) op de Korendijk 13 te ’t Zandt werken. In 1846 erft Derkje Luilfs Edema deze boerderij van haar moeder. Nadat de afronding van de erfenis van Derk Arends gaan ze op de Omtadaborg wonen en gaan de beide boerderijen exploiteren. De gecombineerde grootte bedraagt iets meer dan 108 hectares.

Derkje Luilfs Edema komt van moeders kant uit een bekend doopsgezind geslacht, dat terug te herleiden is tot Derk Pieters die in 1556 trouwt met Katrina Tomas, zoals opgenomen in het Stamboek of geslachtsregister der nakomelingen van Derk Pieters en Katrina Tomas van Pieter Huisinga Bakker, dat hij afrondde in 1774 (afb. 2).

In het exemplaar dat bewaard is gebleven in mijn archief is een blad ingevoegd dat geschreven is door Derkje Luilfs Edema’s grootvader aan moeders kant, Egge Jacobs (1721-1809), waarin hij precies aangeeft wanneer zijn drie vrouwen en kinderen geboren en/of gestorven zijn. Hij schrijft o.a. dat zijn dochter Martjen Egges Arkema geboren is op 1 november 1770, terwijl in de verschillende stambomen 1772 als geboortejaar is aangegeven.

2: Voorpagina van het Stamboek of geslachtsregister der nakomelingen van Derk Pieters en Katrina Tomas te Huisinga op Melkema, beginnende met het jaar 1555 en tot den jaare 1774 (Pieter Huisinga Bakker)

Maar het zijn moeilijke tijden. Van 1845 tot 1847breken op verschillende plaatsen in Europa opstanden uit, de zogenaamde aardappeloproeren of broodoproeren, naar aanleiding van de grote voedselschaarste die optrad toen door de aardappelziekte in 1845 en 1846 de aardappel­oogst in veel Europese landen mislukte. Eén van de meest dramatische gevolgen was de Ierse hongersnood (1845-1850) die een miljoen slachtoffers eiste en een massale emigratie van Ieren naar de Verenigde Staten veroorzaakte. Tussen 1840 en 1870 emigreerden ook bijna 35.000 Nederlanders naar de VS. Ook in Groningen halveert de aardappeloogst in 1845. Daarna volgt een misoogst van rogge in 1846. Het waren uiteraard de (land)arbeiders die hiervan het meest te lijden hadden. De lonen waren laag, velen waren werkloos, de behuizing was slecht en ziektes als cholera eisten hun tol. Op 28 juni 1847 verzamelden zich in de loop van de dag steeds meer mensen bij het Groningse stadhuis en werden verschillende ruiten ingegooid. De stads­bestuurders voelden zich zo bedreigd dat ze militaire hulp inriepen. De militairen openden het vuur waarbij er 4 doden vielen. De onrust greep om zich heen en korenpakhuizen, bakkerijen, kruideniers en huizen van graanhandelaren werden geplunderd. Bij deze acties vielen ten minste 6 doden en vele gewonden. De militairen en de politie herstelden de orde en er werden 23 personen gearresteerd. De orde werd pas echt hersteld toen het stadsbestuur de broodprijzen verlaagde.

Net als zijn oudere broer Aldert Derks, is Willem Derks op godsdienstig gebied zeer actief. Rond de Afscheiding van de Nederlandse Hervormde kerk in 1834, waar uiteindelijk de gereformeerde kerken uit zouden ontstaan, worden op de Omtadaborg stichtelijke bijeenkomsten georganiseerd waarbij maximaal 20 personen aanwezig mogen zijn. Hij gaat echter niet zo ver als Aldert Derks die zich aansluit bij de Kruisgezinden, een radicale afscheiding van de gereformeerde kerk (zie de pagina over Aldert Derks Omta).

In 1843 krijgen zij hun enig kind, Luilf Willem(s) Omta (1843-1881). Als Derk Willems in 1849 overlijdt (afb. 3a, b en c geven delen van zijn grafsteen weer, G. Snaak 2019) blijft Derkje Luilfs Edema met haar zoon Luilf op de Omtadaborg wonen.

3a: Wapenschild met daaronder een kop met twee vleugels (detail rechts) op de grafsteen van Willem Derks Omta (wellicht als symbool van de dood)

3b: Bewerkte hoofdtekst grafsteen Willem Derks Omta

Graftekst: Ter gedachtenis van de Eerzame WILLEM DERKS OMTA, Egtgenoot van Derkje Lulofs Edema geboren te Spijk den 16 December 1799, en overleden op Omtada onder ‘t Zandt den 20 Januarij 1849 hopende op eene zalige opstanding alleen door Jezus Christus. echtgenoote en zoon beweenen …..den zorgdragenden man en vader

3c: Poëtische tekst op de grafsteen van Willem Derks Omta

Weleer was ik een mensch als gij, En heb geleefd op aarde blij. De dood die sneed mij schielijk af, En brengt mij in het duister graf; Hier lig ik en verlang den Heer Mij zal ten jongsten dage weer Opwekken; dan zal ik verblijd, Den Heere loven ’t allen tijd

Specifiek literatuur

Pieter Huisinga Bakker 1774, Stamboek of geslachtsregister der nakomelingen van Derk Pieters en Katrina Tomas te Huisinga op Melkema, beginnende met het jaar 1555 en tot den jaare 1774 na nauwkeurig onderzoek opgesteld en uitgegeven te Groningen by de Wedw. S. Hoitsema in de Steentilstraat 1775

[i] Aldert Derks, Willem Derks, Jan Tonnis Derks, Engeltje Derks, Klaas Tiddes Muda, vader van de 11-jarige Martje, zijn dochter met de overleden Geertje Derks en Eeltje Derks. Het is interessant om op te merken dat Martje recht heeft op 1/7 deel van de erfenis. Waarschijnlijk gaat het verschil, zo’n ƒ 5.000, naar haar vader voor haar onderhoud en naar Willem Derks Omta als toeziend voogd.

[ii] Omdat er plaatselijke verschillen optreden in de berekening is de totale omvang van het land niet precies te bepalen. De bunder wordt geschat ongeveer 1 1/3 hectare, de Groningse (vierkante) roede op 16 3/4 m2 en de (vierkante) el op ½ m2. De totale oppervlakte van het land van Omtada is dan 48 bunder x 1.33 = 63,84 ha plus 63 roeden x 16 3/4/10.000 is 0,1 ha en 40 el x 0,5/10.000 is 0,002 ha.

[iii] De afrekening van zo’n grote erfenis was vroeger, maar ook nu nog, een probleem omdat boeren­land zo’n groot deel van de erfenis uitmaakt. In de onderhandse verdeling wordt afgesproken dat Derk Willems de andere erfgenamen in drie termijnen ƒ 25.000 zal betalen, waarschijnlijk als voorschot. Daarnaast blijkt uit de nalatenschap dat naast de verkoop van de boerderij van Arend Derks ook andere stukken land zijn verkocht om de erfenis te kunnen verdelen.