Derk Arents Omta overleden “aan verval van krachten”

De geboorte van Arent Willems op 29 september 1709 is een gebeurtenis die iedere Omta aangaat. Want nadat Arent, landbouwer aan de Vierhuizerweg in Spijk, op zijn 42-ste in 1751 trouwt met de dan 24-jarige Geertje Arents krijgt het echtpaar twee dochters en vier zonen: Willem Arents, Arent Arents, Tjasse Arents en Derk Arents. In 1811 eisen de Fransen dat iedere Nederlander een eigen achternaam heeft, onze bezetters worden gek van de verwijzingen naar de voornaam van de vader. Kort: ze weten niet welke Jan Corneliszoon ze zoeken voor zijn belastingaanslag of oproep voor de militaire dienst. De zonen van Arent Willems en Geertje Arents kiezen onder napoleontische dwang ieder hun eigen, andere achternaam: Willem Arents Van der Ploeg, Arent Arents Ungersma, Tjasse Arents Biewenga èn: Derk Arents Omta. Dat zal wennen geweest zijn.

Derk Arents Omta is in 1767 als nakomertje geboren. Zijn vader is dan al 58 en overlijdt als Derk Arents nog maar 9 jaar is. Derk Arents kiest in 1811 de achternaam Omta omdat hij dan een boerderij heeft op de restanten van de middeleeuwse Omtadaborg, een versterkt kasteel in ’t Zandt (boven, in het midden van de kaart). Derk Arents heeft een jaar eerder de boerderij overgenomen van zijn schoonmoeder Engeltje Jans. Met het aannemen van de achternaam Omta wordt hij de stamvader van zijn kinderen en alle andere Omta’s sindsdien geboren.

Er is meer bekend over Derk Arents. In 1792 trouwt hij te Godlinze met Martje Klaassens. Zij krijgen eerst zes zonen en daarna drie dochters. Materieel gaat het hem voor de wind: hij staat op een lijst met ‘hoogstaangeslagenen’ in het departement Westereems, de door de Fransen opgelegde samenvoeging van Groningen, Drenthe en het Duitse Reiderland. De eerste Omta uit de geschiedenis betaalt tussen 300 en 350 gulden belasting, zo’n zesduizend in de euro’s van nu.

luinga (kleur)Derk Arents heeft middelen en ambitie om zijn boerderij aanzien te geven en bezoekt (mogelijk in 1824) de veiling van de inboedel van de Luingaborg in Bierum. Hij keert huiswaarts met “een hek en vier marmeren beelden op voetstukken voor de verfraaiing van zijn boerderij”. Voor zichzelf koopt de eerste Omta in  1822 onderhands “twee banken aan de noordzijde in de kerk te ’t Zandt ter rechter zijde van de preekstoel”.

Juli 1842, twee jaar na de dood van zijn vrouw,  informeert Derk Arents vrienden en bekenden over het overlijden van zoon Arend Derks: “Heden overleed te Groningen mijn geliefde oudste zoon, in den ouderdom van 49 jaren, na eenige jaren sukkelend lijden”. Een broer van de overledene, Willem Derks, woont en werkt dan met zijn vrouw Derkje Luilfs Edema bij zijn vader op de Omtadaborg. In 1843 wordt hun enige kind geboren: Luilf Willems Omta. Derk Arents heeft D.A. Omta dooddeze kleinzoon nog net gekend: als Luilf Willems een jaar oud is overlijdt opa. “Uit aller naam” delen dochter Engeltje Derks Omta en haar man Garmt Ties Tiessen in 1844 op pagina drie van de Groninger Courant hun verlies met de lezers: “Heden, den 17 februarij, des morgens te 4 uren, overleed, op Omtada, aan verval van krachten, onze geliefde Vader en Behuwd-Vader Derk Arents Omta, in den ouderdom van ruim 76 jaren”. Willem Derks zet het boerenbedrijf voort tot zijn dood in 1849. Dan neemt zijn weduwe het over. Wanneer zij in 1864 ook sterft wordt Luilf Willems landbouwer op de Omtadaborg.

En eigenlijk hadden die Fransen wel een punt.

De Omta-hazewindhond

Hazewind Omta (2)Na de dood van haar man Willem Derks Omta (1797 – 1849) gaat weduwe Derkje Luilfs Edema (1808 – 1864) verder met de plannen voor nieuwe schuren achter het woonhuis van de Omtadaborg in ’t Zandt. Twee jaar na het overlijden van Willem Derks Omta is de immense schuur, een driekapper, klaar. Om de oplevering te vieren geeft de familie opdracht een gietijzeren ornament te maken: een liggende hazewindhond met op de halsband de naam ‘Omta’. Het werkstuk krijgt een plaats in het bovenlicht van de voordeur.

Windhonden werden tot ver in de negentiende eeuw geassocieerd met de adelstand. De Omta’s waren nimmer van adel maar woonden in dit geval wel op stand. Mogelijk hadden de Omta’s hazewindhonden op de Omtadaborg. Misschien voor de jacht. Misschien deden ze al mee aan wedstrijden. Wie kan het nog zeggen? Maar ze moeten een relatie met dit ras hebben gehad want zo’n verfraaiing voeg je niet zo maar toe aan je woning.

Oude Laan zwart-wit (Usquert)December 1924 trouwen Anna Aleida Dojes (1897 – 1980) en Dirk Westerdijk. Ze nemen hun intrek in de voor hen gebouwde villa (op de foto) bij de boerderij ‘Oude Laan’ in Usquert. In 1920 erfden Anna Aleida, haar broer Renger Lulolf en hun oom Simon Willem Omta  de Omtadaborg van (groot)moeder Antje Simens Mulder, de weduwe van Luilf Willems Omta. Zijn moeder, Derkje Luilfs Edema, gaf in 1851 opdracht voor het houtsnijwerk met de hazewindhond.

Na een aantal transacties wordt Anna Aleida Dojes in 1922 alleen-eigenaresse van de Omtadaborg. Ze heeft dan bijna 250.000 gulden geïnvesteerd. Het is geen goede belegging: tien jaar later worden de boerderij en 60 hectaren grond verkocht voor 65.000 gulden en verdwijnen daarmee uit de familiesfeer.

Maar om de herinnering aan de familieboerderij in ere te houden blijft de hazewind wel in de familie. Het zwart-wit beschilderde gietijzerwerk krijgt een plek in het bovenlicht boven de voordeur van de Oude Laan.

Hazewind Omta (1)In 1996 hoort de Provinciale Groninger Oudheidkundige Commissie dat de Oude Laan wordt verkocht. De commissie wil de band van de hond met de familie in stand houden. Restaurateur Lammert Muller uit Zuidhorn knapt de hond zo goed als het gaat op en herstelt de oorspronkelijke kleurstelling. Op 2 juli neemt R.R. Dojes als rechtmatige eigenaar op zijn zeventigste verjaardag de gerestaureerde hond in ontvangst. Van de Omta-hond worden ook drie houten replica’s gemaakt: twee voor de (voormalige) bewoners van de Oude Laan, het derde exemplaar is voor de Omtadaborg.

Van de Ompteda- naar de Omtadaborg

OmptedaTot 1811 is het nog gebruik dat de achternaam verwijst naar de voornaam van de vader: Klaas Janszoon en Maartje Willemsdochter. In 1811 maakt de Franse bezetter een eind aan de verwarring waarvoor dit aanleiding is. Voor het doorvoeren van de dienstplicht en belastingheffingen willen de Fransen weten wie wie is. Iedereen die nog geen eenduidige achternaam heeft, moet er een kiezen. Derk Arentszoon (1767 – 1844) gebruikt voor zijn nieuwe achternaam de eerste vier letters van de boerderij waarin hij woont: de Omtadaborgh (’t Zand, Groningen) en wordt daarmee de stamvader aller Omta’s.

De  naam Omtada is een verbastering van het middeleeuwse Ombteda, een geslacht dat steeds nauw verbonden was met ’t Zandt. Al in 1317 wordt Aldulphus Ombteta genoemd. Nazaten zijn in de vijftiende en zestiende eeuw hovelingen op ’t Zandt. De ‘b’ in de achternaam is dan al vervangen door een ‘p’. Bijvoorbeeld Menolt Ompteda (genoemd in 1476) en Fecko Ompteda en zijn vrouw Luke (genoemd in 1520). Als hoveling behoren de Ompteda’s tot het dagelijks gezelschap van hun vorst. Maar daar waren er destijds heel veel van.

Omtadaborg 1672De boedel van Fecko en Luke Ompteda wordt in 1543 verdeeld. Herman Ompteda krijgt de heerd (boerderij), omschreven als steenhuis, grachten, appelhof en hofstede. Nakomeling Fecko Ompteda erft de borg in 1574. Een borg is de Groningse naam voor burcht, een versterkt kasteel.

Na Fecko Ompteda komt zoon Herman. Zijn dood in 1669 is vastgelegd op een grafzerk in de kerk op ’t Zandt.  Daarna komt er weer een Fecko, die als laatste van de Groninger Ompteda-tak op 12 november 1700 in de kerk op ’t Zandt is begraven. Zijn kinderen zijn dan al overleden. Voor zijn dood draagt Fecko Ompteda de borg  op 23 maart 1699 over aan de niet-adellijke Jan Geerts. De nieuwe eigenaren worden hierdoor ook hovelingen, op hun grafstenen wordt het Ompteda-wapen aangebracht.

Omtadaborg 1725De borg Ompteda was, volgens een artikel in het Nieuwsblad van het Noorden (24-9-1938) “Een tamelijk groot en forsch gebouw. Het bestond uit drie aaneengesloten gedeelten: rechts het zware hoofdgebouw, het middengebouw met den ingang en het kleinere linkergebouw. Het rechts liggende gebouw herinnert nog eenigzins aan een aloud ‘steenhuis’, de oudste borghtype, eigenlijk een zware verdedigingstoren. Fier stond daar Ompteda met zijn aardige middeleeuwsche topgevels, z’n smalle vensters, zijn levendige torentje”.

Op de enig moment is de borg gesloopt. Wanneer is niet bekend. In een akte van 8 december 1741 is sprake van de plaats Ompta met huis, schuur, bomen, plantage en rechten, welke door Trijntijn Jans (weduwe van Fricke Reints, hoveling op Ompta), verkocht wordt aan burgemeester Paulus Laman. In deze koop was niet inbegrepen het “groote off oude hooge huis tot Ompta”, dus de borg zelf. Ook in 1747 bestaat deze nog want op 26 mei van dat jaar kondigen de erfgenamen van Fricke Reints’ weduwe de verkoping aan ‘op de borg van Ompteda’ van huismansgereedschap, paarden, koeien enzovoort. Misschien is na de verkoop van het gereedschap en het vee de oude borg neergehaald.

De nieuwe behuizing, schuur, hoven, singels en grachten, ‘het huis Ompta genaamd’, worden door Anna en Hermanna Maria Laman op 4 december 1761 publiekelijk verkocht aan Jan Willems en zijn vrouw Martjen Eijses. ‘Huis Ompta’ is dan nog slechts een verwijzing naar de geschiedenis van de locatie.

In 1782 verkopen Aldert Jans en Engeltje Jans hun bezit in Godlinze en gebruiken de opbrengst om een deel van de Omptedaheerd te kopen van Martjen Eijses (zij is dan weduwe van Jan Willems). Tien jaar later trouwt Derk Arents met Martje Klaassens (dochter uit een eerder huwelijk van Engeltje Jans). Aanvankelijk werkt Derk Arents in Spijk op de boerderij van zijn eigen ouders. Zijn schoonmoeder verwerft  in 1806 voor 23.000 gulden de volledige eigendom van wat uiteindelijk de Omtadaheerd heet. In 1810 neemt Derk Arents de boerderij  over van zijn schoonmoeder. Een jaar later worden, onder Franse dwang, de eerste vier letters van de boerderijnaam de nieuwe achternaam van Derk Arents Omta, zijn vrouw en zijn negen kinderen.

2005, De schuur van de Omtadaborg brandt af

Brand Omtadaweg 24-03-2005 (foto)In de middag van 24 maart 2005 ontdekt buurman Jan Sterenberg dat de schuur van de Omtadaborgh aan de Omtadaweg in ‘t Zandt (Groningen) in brand staat. De bewoners zijn niet thuis. Sterenberg probeert tevergeefs vee dat op stal staat te redden: “Ik kon niet meer bij de dieren komen. Het vuur vloog mij om de oren”.

De schuur brandt helemaal af. Werktuigen, auto’s, tanks met dieselolie en ander materieel gaan in rook op. Op de foto kijken de bewoners naar het bluswerk. Omdat de wind gunstig is en de brandweer voldoende bluswater kan halen uit de eeuwenoude gracht om de boerderij, blijft het woongedeelte gespaard.

Brand Omtadaweg 24-03-2005 (afstand)Het is de tweede keer in anderhalve eeuw dat de schuur van de Omtadaborgh in vlammen opgaat. Want ook op 5 mei 1871 brandt de boerderij met uitzondering van het voorhuis af. Het Nieuws van den Dag bericht het drama kort: “Vrijdagavond is de prachtige boerenplaats Ompteda, van den heer L. Omta, te Zandt, bijna geheel afgebrand; 8 paarden, ruim 20 stuks hoornvee, verscheidene kalveren en zwijnen zijn daarbij omgekomen”. De nieuwe, grote driekapsschuur die Luilf Omta daarna aan het woonhuis bouwt brandt in 2005 af. De rook is opnieuw van grote afstand te zien.

Brand Omtadaweg 24-03-2005 (tekst)Klik voor leesbare weergave op het artikel (Dagblad van het Noorden, 25 maart 2005).

De Omptedaborg en de Omtadaborg

In de verschillende pagina;s is gekozen voor de naam ‘de Omptedaborg’ voor het kasteel en de ‘Omtadaborg’ voor de boerderij die op de plaats van het kasteel werd gebouwd. In de praktijk zijn verschillende namen voor de boerderij gebruikt. In Groningen wordt bijvoorbeeld ook vaak de naam Omtadaheerd gebruikt.  De keuze voor de naam Omtadaborg is gemaakt omdat deze de eenheid van het oorspron­kelijke kasteel de Omptedaborg met de boerderij het beste weergeeft. Daarbij komt dat de boerderij in 1921 door de familie als ‘Omtadaburch’ is verkocht en het nu als Rijksmonument is erkend onder de naam ‘Omtadaburgh’.

De Omta’s vinden hun oorsprong in het Groningse ’t Zandt. Daar staat al vanaf 1300 de borg Ompteda, de Groningse variant van een burcht (een versterkt kasteel). In de oorspronkelijke borg wonen leden van de familie Ompteda maar vanaf het eind van de zeventiende eeuw niet meer.

Omtadaborg 1750Een latere eigenaar sloopt het gebouw halverwege de achttiende eeuw, vermoedelijk na 1747. Op de plek van de borg komt een boerderij. De bewoners gaan in 1811 de achternaam Omta voeren. In 1851 geeft Derkje Luilfs Edema, weduwe van Willem Derks Omta, de opdracht een nieuwe boerderij te bouwen op de plaats van het voormalige borgterrein. Haar zoon Luilf Willems Omta laat er in 1867 een voorhuis aanbouwen, waarschijnlijk op de oude fundering van de afgebroken borg.

omta-boerderijHet voorhuis is gebouwd in een ambachtelijk-traditionele bouwstijl met neoclassicistische accenten. In 1871 gaat de boerderij met uitzondering van het voorhuis door brand verloren. Er wordt een nieuwe grote driekapsschuur gebouwd.

Omtadaburgh (2011)In 2005 wordt ook die schuur  door brand verwoest. Ook deze keer blijft het voorhuis behouden.

Wikipedia: “De Omtadaburgh is erkend als een rijksmonument, onder meer vanwege zijn cultuur- en architectuurhistorische waarde, de ligging op het historische borgterrein en als voorbeeld van een afwijkende vormgeving van een in de tweede helft van de 19e eeuw gebouwde boerderij.”

Gerelateerd: