Simon Willem (1871-1943), de zoon van Luilf Willems en zijn nageslacht

Op deze pagina wil ik dieper ingaan op de vraag hoe het Si(e)mon Willem en zijn nakomelingen is vergaan. Zoals ik al schreef in de pagina over de periode na het overlijden van Luilf willems tot de verkoop van de Omtaborg in 1921, was Simon als kind in een ‘dob’ (waterkuil; poel voor het vee) gevallen en had kinderverlamming opgelopen, waardoor hij éénzijdig verlamd was geraakt. Uit een lief briefje van de weduwe van Hermann Fetterborn (geboren te Riestedt, Pruisen) blijkt hoe erg de kinderverlamming was. Zij was waarschijnlijk vroeger een dienstmeisje op de Omtadaborg geweest en heeft volgens haar brief de ‘Veel Geliefde Jonge heer Omta’ vanaf zijn 4e jaar gekend. Zij bedankt hem voor ‘Uwe Liefe brief en duizend maal dank voor uwe geliefde portret’ . Op enige plaatsen in deze brief verwijst zij naar zijn ziekte met de woorden: ‘menig keer stille tranen … voor het zien lijden van u …en als u van de trap af kwam hoe treurig gezicht dat was… Hoe dikmaals u heen en weer gereist waart …. en …. ver in Groningen onder behandeling ging ….. Dat ik wel wist dat U goed op de beugel gaan kan.’

Op 10 november1884, één dag voor zijn dertiende verjaardag, gaat Simon in een huis in de Poele­straat in de kost om in de Stad Groningen naar school te gaan. Op 21 november 1887 gaat hij naar de HBS in Warffum en op 27-2-1891 komt hij vanuit Woerden(!) weer terug naar de Stad Groningen, waar hij op het Martinikerkhof gaat inwonen. Op 13 september1893 vertrekt hij naar Amsterdam om daar als voluntair het vak van Commissionair in Effecten te leren. In 1899 vertrekt hij naar Groningen om daar bij zijn moeder te gaan wonen. Op 22 december 1900 trouwt hij met Henrietta Sophie Armandine Hubertine (Jetty) Tonnaer, één van de dochters van Frans Hubert Tonnaer en Maria Angelina Hubertina Dorothea Muggersdorff. Frans Hubert was vanaf 1866 tot zijn overlijden in 1896 burgemeester van Thorn. Jetty Tonnaer was daarna gaan werken in Amsterdam, waar Simon haar had leren kennen. Zij blijven nog enkele jaren in Groningen wonen, maar vertrekken op 18 juli1905 naar Amsterdam waar Simon zich vestigt als Commissionair in Effecten. Enkele maanden later, op 24 december 1905 krijgen zij hun enige kind, Lulolf Willem Frans Hubert (Lu) Omta (1905-1986, op afb. 1 staan Simon, Jetty en de jonge Lu afgebeeld en eenschilderij van Jetty op afb. 2).

Het gaat goed met hem, hij gaat iedere zomer met zijn gezin op de Omtadaborg logeren. Dat was toen nog een ommelandse reis. Eerst met de trein naar Zwolle, daar overstappen naar Groningen en dan met het lokale treintje naar Delfzijl[i] waar het gezin op het station van Uithuizermeeden wordt opgewacht door de bedrijfsleider van de Omtadaborg, boer Kievit, die hen met een koetsje naar de Omtadaborg brengt. Het was dan ook met weemoed dat ik het filmpje van het ‘Plezairdörsen’ terugzag op de Omta.info site, zie de pagina Plezairdörsen van koolzaad op de Omtadaborg (https://youtu.be/h34OIEOJTbw). Ik herinner mij nog goed dat ik dit filmpje als middelbare scholier voor het eerst zag als pauzefilmpje op de TV en mijn vader Lu verrast uitriep: ‘Maar dat is op Omtada en dat zijn boer Kievit en zijn vrouw’.

1: Simon Omta en Jetty Omta-Tonnaer en hun zoon Lu, omstreeks 1910

Simon belegt zelf en voor verschillende Groningse herenboeren. Door de hoge verwachtingen over de industrialisatie in Rusland waren Russische effecten voor de Eerste Wereldoorlog erg gewild. Nederlandse investeerders hebben voor in totaal ƒ 1 -2 miljard (een huidige waarde van € 17-34 miljard) belegd in Russische Staatsobligaties. Met name de spoorwegen zijn erg populair omdat deze gezien worden als de ‘motor’ van de industrialisatie. Ook Simon had voor zichzelf en voor veel van zijn klanten geïnvesteerd in de Russische Staatsspoorwegen. Maar na de Russische revolutie lopen deze inves­teringen dramatisch af. Na de revolutie staakt de Russische Raad van Volkscom­missarissen namelijk alle rente- en aflossings­betalingen om deze nooit meer te hervatten.

2: Jetty Omta-Tonnaer omstreeks 1920 (Schilderij Rood)

Om zijn schulden af te kunnen betalen moet hij in 1920 de Omtadaborg verkopen. De hyperinflatie in het Duitsland van de Weimar republiek tussen 1921 en 1923 maakt de zaak nog erger. [ii] Hoe moeilijk de situatie wel was blijkt uit een briefje aan Lu uit 1928 met de aanhef ‘Mijn beste lieve jongen’ waarin hij aangeeft dat hij het deel van zijn studietoelage die Lu hem wilde teruggeven ‘om Pa wat te verlichten’ niet kan aannemen, Wel schrijft hij aangedaan: ‘Dit is een mijlpaal in mijn leven! Hieruit blijkt dat je je Vader en Moeder nooit in den steek zult laten …. Je innig innig liefh. Vader.’

Ondanks het feit dat de Groningse familie regelmatig hammen etc. opstuurt kan zijn altijd al zwakke gezondheid de extra belasting van de oorlog niet aan en sterft hij in 1943.

Lu gaat rechten studeren (zie afb. 3a) en start een familietraditie door op 4 november 1938 op het proefschrift: ‘Immuniteit van Staatsschepen en – Ladingen en van Staats­lucht­vaartuigen’ aan de Universiteit van Amsterdam te promoveren. In 1953 wordt hij aangesteld als rechter aan de Arrondis­sements­rechtbank in Amsterdam. In 1969 zal hij als Vicepresident met pensioen gaan, maar hij blijft tot zijn 70ste als rechter-plaatsvervanger aan de Arrondis­sements­rechtbank verbonden.

3a: Lu Omta als student: 3.b: Hannie Poulie als jonge vrouw

Op 12 april1950 trouwt hij met Johanna Hendrika Egberta (Hannie) Poulie (1916-2001, afb. 3.b, zie ook de pagina met de film van het huwelijk met mijn uitleg van (een aantal van) de personen die te zien zijn op de film). Zij was het tweede van drie kinderen, {naast Hannie waren dat Nine (1914-2001) en Ben (1918-2002)} van Frederik (Fede) Poulie (1882-1959) en Fina Hendrika (Riek) Engberts (1888–1967). Beiden kwamen uit Twente, Fede uit Wierden en Riek uit Vriezenveen. De Engbertsen waren bekende ‘Ruslui’, Vriezenveners die sinds het begin van de 18e eeuw intensieve handels­betrekkingen onderhielden met Sint-Petersburg. Veel Engbersten vestigden zich daar tot de Russische Revolutie hen dwong om Rusland te verlaten.

In 1901 wordt Fede Poulie eigenaar-directeur van de stoomzagerij de Fijnhouthandel die op dat moment nieuw gebouwd wordt aan de Jacob van Lennepkade in Amsterdam (afb. 4 en 5). De fabriek legt zich toe op de aanvoer, verwerking en verkoop van tropisch hardhout. In 1951 geeft de Fijnhouthandel ter ere van zijn 50-jarig jubileum het boek MF Mijlpalen uit, een verzameling van al zijn bijdragen aan MF, het personeelsblad van de Fijnhouthandel. In 1960 wordt de fabriek te klein en wordt deze verplaatst naar de nieuwe Hemweg 1 (afb. 6). Daar blijft de fabriek onder leiding van zijn zoon Ben Poulie hardhout uit de hele wereld verkopen tot de concurrentie met kunststof te groot wordt en het bedrijf in 1970 moet sluiten.

4: Luciferdoosje met afb. van de Fijnhouthandel

5: Foto van de kunstschilder Breitner uit 1901 van de bouw van de Fijnhouthandel aan de Jacob van Lennepkade 334 in Amsterdam

6: Nieuwbouw Fijnhouthandel aan de Nieuwe Hemweg 1 in 1960, met het hardhouten kunstwerk ‘Groei’ van Fred Carasso

Lu en Hannie krijgen twee kinderen. Ikzelf, Simon Willem Frederik (Onno) Omta, wordt geboren op 20-05-1952 en mijn broer, Arent Derk Omta, op 25-03-1955 (afb. 7a en 7b). Ons gezin bracht veel zomervakanties in Groningen door. Wij bezochten dan de Omtadaborg en de familie in Groningen. Vader Lu’s neef Renger Dojes en zijn vrouw Zwaantien op de boerderij ‘Houkumhuis’ in Rasquert en Annie Aleida Dojes en haar man Dirk Westerdijk op de boerderij ‘De Oude Laan’ in Usquert. Daar bewonderden wij de hazewindhond met Omta op de halsband (zie pagina over de Omtadaborg) boven de ingang. Verder bezochten wij zijn neef van moederskant, Gerard Mulder in Warffum en hun goede kennis Albert Omta, de burgemeester van Noordbroek en na de fusie met Zuidbroek in 1965, de burgemeester van Oosterbroek.

7a: Onno Omta, schilderij gemaakt door één van zijn ex-promovendi, Hanieh Khodaei, ter ere van zijn 60ste verjaardag, mei 2012; 7b: Arent Derk Omta, oktober 2014

Arent blijft ongehuwd en overlijdt in 2015 op de relatief jeugdige leeftijd van 59 jaren aan een plotselinge hartstilstand. Onno huwt op 30-06-1978 met een jaargenote van de studie Biologie in Groningen, Francisca Theresia Johanna Maria (Frances) Fortuin. Frances werd rond haar 25ste slechtziend (huidige restvisus < 1%). In 1998 werd zij door Libelle geïnterviewd hoe zij het slechtziend worden had ervaren en hoe zij met haar handicap haar werk en de opvoeding van onze twee kinderen kon uitvoeren (afb. 8). In verband met haar vele goede werk voor de blinden en slechtzienden ontving ze in 2003 van de European Blind Union de Arne Husweg Award.

Frances is de oudste dochter van Jan Willem Fortuin (1920-2000) en Ilonka Ladiszlai (1910-2004). Dat zij elkaar in Nederland konden ontmoeten was op zich al bijzonder. Ilonka was in 1922 één van de in totaal 28.563 Hongaarse kinderen die tussen 1920 en 1930 in verband met de hongersnood in Hongarije naar Nederland waren gekomen. De meesten keerden na één jaar aangesterkt weer terug, maar zij was één van diegenen die in Nederland bleef. Zij huwen op 07-08-1948 in Amsterdam. Jan Willem vestigt zich later als huisarts in Den Bosch waar ook hun beide kinderen worden geboren, Frances op 17-08-1951 en Monica Esther Helena Maria (Monique) op 11-12-1954.

8: Frances Fortuin, foto en interview in Libelle 47-107; 1998

Zij sluiten hun studie Biologie af met een gezamenlijk onderzoek aan het tuinbouw­proefstation Marga­hayu in Bandung, Indonesië. Zij onderzochten daar in 1977 en 1978 de Zwarte Nachtschade (Solanum nigrum, Soedanees: Leunca, Javaans: Ranti). In Nederland worden met name de jonge groene onrijpe besjes als giftig beschouwd, maar in Indonesië worden zowel de jonge groene als de rijpe paarse besjes en de bladeren gegeten, net als in veel andere tropische landen.[iii] In 1980 publiceerden zij over dit onderzoek in de ‘The Netherlands Journal of Agricultural Science’. In 1986 en 1987 treedt Onno voor de Open Universi­teit in Heerle­n op als cursus-teamleider, auteur en eindredacteur van het zesdelige handboek Vorm en Functi­e (1075 pag.). Nieuw is dat de boeken niet, zoals normaal is, een samenvatting zijn van onze huidige kennis op de diverse vakgebieden binnen de Biologie, maar juist is opgezet vanuit de vragen die in de diverse vakgebieden moesten worden beantwoord om tot dat kennisniveau te komen en welke onderzoeken hiervoor nodig waren.

Onno zet de traditie van zijn vader voort door in 1995 te promoveren aan de Rijksuniversiteit Groningen op het proefschrift: ‘Management control of biomedical research and pharmaceutical innovation’, door Kluwer Ac. Publ. gepubliceerd onder de naam: ‘Critical Success factors in biomedical research and pharmaceutical innovation’. In 2000 wordt hij aangesteld als hoogleraar Bedrijfskunde aan de Wageningen Universiteit, een positie die hij behoudt tot zijn emeritaat in 2018. In deze periode van 18 jaren heeft hij ongeveer 50 promovendi succesvol begeleid (afb.9a en 9b). Momenteel is Onno nog werkzaam als lid van de Raad van Com­missarissen van het Landgoed Scholtenszathe.[iv]

 

9: Onno Omta bij de uitreiking van de doctoraatdiploma’s aan twee van zijn ongeveer 50 promovendi, 9a: Herman Kok, 30-06-2015. 9b: Daniel Agbeko, 15-11-2017

Geïnspireerd door Onno’s voorbeeld promoveert Frances in 2006 aan de Wageningen Universiteit op het proefschrift: ‘Aligning innovation to business strategy’, in 2007 uitgegeven door Wageningen Ac. Publ. als: ‘Strategic alignment of innovation to business’. Ook zij is sinds 2017 met pensioen als Senior Project Manager van het Innovation Expertise Centre van Food Valley NL. Tot 2021 was zij werkzaam als lid van de Raad van Toezicht van de Blinden- en Slechtzienden­organisatie Bartiméus.

Zij krijgen twee kinderen, Anne Willem Omta op 14-09-1978 en Ilonka Johanna Omta op 11-10 -1981. Ook Anne Willem zette de traditie van zijn grootvader en ouders voort. Hij promoveert op 06-03-2007 bij de Vrije Universiteit op het proefschrift: ‘Eddies and algal stochoimetry: Physical and biological impacts on the organic carbon pump’.

Ilonka heeft twee Masteropleidingen afgerond. Ze ontvangt in 2006 het MSc-diploma Cultuur, Organisatie en Management van de Vrije Universiteit en in Frankrijk rondt zij in 2020 het Internationale Wijnmanagement-programma af van de OIV (L’Orga­nisation Internationale de la Vigne et du Vin) en ontvangt een OIV MSc in Wine Management van de Universiteit van Montpellier.

Anne Willem en Ilonka hebben beiden Nederland verlaten. Anne Willem werkt op dit moment in de VS als klimaat­onderzoeker. Samen met zijn vriendin Heba Wassif woont hij in Cleveland, Ohio. Zij werkt daar als cardiologe aan de Cleveland Clinic.

Ilonka is in februari 2015 getrouwd met David Hourdry. Ze hebben drie kinderen en leven op het prachtige eiland Guadeloupe waar David werkt als directeur van de plantage en destilleerderij ‘Rhum Bologne’, waar al rum wordt geproduceerd sinds 1887.

Ilonka heeft speciale toestemming gekregen van koning Willem Alexander om de kinderen de naam Omta als eerste achternaam te geven. Ze heten Liv- Océane   (27-09-2015), Tibor (15-04-2017) en Philline Omta-Hourdry (17-04-2019). Op deze manier blijft de naam Omta in onze familietak bestaan (afb. 10 toont beide kinderen met hun partners en de kleinkinderen in de sneeuw).

10: Beide kinderen (rechts op de foto) met hun partners (links) en de kleinkinderen in de sneeuw (februari 2020)

Specifieke literatuur

Luit van der Tuuk, 2021, Middeleeuwse geschiedenis van de Lage Landen. De Friezen, Omniboek

[i] Uit een uitspraak van december 1882 van de Arrondissementsrechtbank te Groningen blijkt dat voor de aanleg van deze spoorweg een deel van het land van de Omtadaborg moet worden ont­eigend. Antje Omta-Mulder ontvangt hiervoor, samen met zes andere gedupeerden, een geldelijke compensatie van in totaal zo’n fl 25.000 (ongeveer € 275.000).

[ii] De tijden zijn duidelijk moeilijk voor mijn Simon en Jetty. Zij hebben dit schilderij van haar nooit op willen hangen omdat Jetty vond dat zij er zo treurig uitzag.

[iii] Bij terugkomst in Nederland laten zij zowel de gedroogde groene besjes die zij hadden meegenomen van hun proefvelden in Indonesië, als groene besjes die zij van in het wild groeiende Zwarte Nachtschades in Nederland hadden geplukt, door de afdeling Farmacie in Groningen onderzoeken op Solanine, de giftige stof die vooral voor zou komen in de onrijpe besjes. In de Indonesische variant werd geen Solanine aangetroffen en in de Nederlandse zulke lage doses dat er geen klachten door kunnen ontstaan. Dat laatste is maar goed ook, want de besjes van de Zwarte Nachtschade worden vooral door Surinamers gekocht op de markt in Amsterdam.

[iv] Scholtenszathe is een landgoed van ongeveer 1000 hectare in de Drentse gemeente Emmen. Het landgoed is genoemd naar de vroegere eigenaar van het gebied, de al in hoofdstuk 10 genoemde landbouwindustrieel Willem Albert Scholten. Hij weet in de tweede helft van de 19e eeuw grote veengebieden in Oost-Drenthe te verwerven die later uitgroeien tot het huidige landgoed. Het landgoed is gelegen in Klazienaveen Noord, een dorp dat door de zoon van Willem Albert Scholten is vernoemd naar de vrouw van zijn vader, Klaassien Sluis. Jeroen Hemmes, een nakomeling van hem via moeders kant is nu de eigenaar van het landgoed.