Het jaar 1700, de Ompteda-tak in Groningen sterft uit en de Omptedaborg wordt verkocht

Een jaar voor zijn dood verkoopt Fecko Ompteda de borg op 23 maart 1699 aan de niet-adellijke Jan Geerts en de in Rottum geboren Trijntien Knols voor ƒ 22.000, –. Zij mogen door de koop de titel hoveling, maar niet de titel jonker gebruiken. De nieuwe eigenaren ontvangen voor dit bedrag:

Zijn borgh Ompteda met 36 grazen[i] land met dijk en dijkstal (waaronder de borgh, het heem, schathuis enz.) ten zuiden van de Heereweg; b. 37 grazen beklemd[ii] land ten westen van genoemde 56 grazen; c. zes deimpten5 land buitendijks onder Godlinze ten oosten van de ‘Zant­ster dijckstal’; d. het recht ‘van’ het huis de St. Catarina praebende, ten westen van het Maar[iii],  waar­onder 27 grazen praebende land, van welke 27 grazen de jaarlijkse huren ad pios usus[iv] moeten worden bestedet. e. een heemstede of graspraebende; f. het staande zijlrecht op het huis Ompteda vallende; g. twee collaties[v]; ‘de bovenste zitplaats’ in de kerk te ’t Zandt en het halve koor tot begrafenis, waar de verkoper na z’n overlijden ter aarde zal worden besteld; bene­vens 21 graven op het kerkhof ten noorden van het koor of de kerk; h. seven à acht redger- en lanc­krechtsgerechtigheden zo beneden als boven de Correl[vi] op ’t Zandt an gedachte huijs Ompta gehoorig, en volgens slijtboeck tot Leermens aldaer konnen verdedigt worden. Behorend. 1699 maart 23. Met twee dorsale kwijtingen van Jan Geerts en Trijntien Knols e.l. door Fecco Ompteda wegens de voldoening der laatste twee termijnen van de koopsom. 1699 mei 3 en 1699 november.

Op 5 juni 1701 verpacht Jan Geerts voor de periode van 9 jaren het zijlrecht, de ‘bovenste zitplaats’ in de kerk en de redger- en lanc­krechtsgerechtigheden aan Gerhard van Walrich, heer van Bolsiersema. Jan Geerts overlijdt in 1711. Interessant genoeg wordt op zijn grafsteen in de Mariakerk al vermeld: Hoveling op Omta (dus zonder p, afb. 1).

1: Grafsteen Jan Geerts met het wapenschild van de Ompteda’s met de Dubbele Adelaar, 23-01-1711

Tekst grafsteen: Ter nagedachtenis van de edele Jan Geerts Hoveling op Omta, ’t Zandt, Leermens, Enum, Zerijp & Kerkvoogd en Oudeling der gemeente Jesu Christi op ’t Zant. Geboren anno 1661 en den 23 Januari 1711 vol hope der Zaligheid in den Here ontslapen. Bijzonder zijn de ontvouwde rouwfloersen op de grafsteen van Jan Geerts. De ophangpunten worden gevormd door twee handen en twee uitslaande vleugels aan een kop: engelen

Op de grafsteen in de Mariakerk van zijn vrouw Trijntien Knols, die al in het jaar 1700 overlijdt, wordt nog de naam Ompta (met p) gebruikt.

Tekst grafsteen Trijntien Knols: Anno 1700, den 25 juny, is de eer en deuchtsaeme vrouw tryntyen cnols, huisvrouw van de d.e. hovelink jan geerts, op ompta, seer christelyk in den heere ontslapen, wachtende door godts genade met alle ware gelovigen een salige opstandinge ten eeuwigen leven alleen door jesum christum.

De poëtische tekst op de grafsteen van Tryntyen Cnols duidt op een vreugdevol leven na de dood. De tekst luidt: Ik rust alhier maar voor een tydt / Mijn ziel haar in de Heer verblijdt / Totdat myn lichaam onbevleckt / Oock heerlick worde opgeweckt / Dan sullen wy in ’t hemelryck / den Heer loven eewiglyck. (G. Snaak, 2019).

Ompteda komt in het bezit van Fricke Reints (of Frick Reynders/Reinders) en Trijntien Jans. Ook het hovelingschap gaat naar hen over. Zoals te zien is op de gedenksteen uit 1714 van de restauratie van de toren van de Maria­kerk wordt Fricke Reints, net als Jan Geerts, hoveling op Omta, genoemd (afb. 2).

2: Gedenksteen uit 1714 van de restauratie van de toren van de Maria­kerk. Rechts zien we het wapen van de Ompteda’s dat Fricke Reints heeft overgenomen  

Tekst: A o 1714 is deze toorn nieus gerepareert door ordre van d’hoogwelgebr. Heer Gerhard Walrich, Heere van Bolzyrzema, als D.E. Peter Ewes en D.E. Frikko Reinders, hoveling op Omta, kerkvoogden waren’.

In 1723 koopt hij ook de borg Bolsiersema in Leermens voor ƒ 5.760 met ‘schathuis, grachten, hoven, wel beplante singels, verscheiden schone vazen en piedestallen in het binnen en buitenhof staande’. Hij overlijdt in 1724. Naast de grafzerk van Jan Geerts (afb. 1) ligt de identieke grafzerk van Fricke Reints. Op beide grafstenen staat het Ompteda-wapen.

De belangrijkste gebeurtenis tijdens zijn leven vindt plaats op kerstnacht 1717. De dijken bevinden zich in slechte staat en de Oude Dijk breekt door, waardoor er in totaal 47 mensen op ’t Zandt overlijden. De Kerstvloed is het gevolg van een Noordwester storm, die het kustgebied van NederlandDuits­land ­en Dene­marken treft. In de provincie Groningen reikt het water tot de stad Groningen (afb. 3).

3: Door de Kerstvloed 1717 onder water gelopen gebieden in Groningen Uitsnede uit een grotere kaart die het hele gebied van Denemarken t/m Noord-Holland beslaat, Joh. Bapt. Homann, 1718-1720

In totaal verdrinken er zo’n 14.000 mensen waarvan 2.776 in de provincie Groningen. Het is de laatste grote overstroming in Noord-Nederland. Na de kerstvloed van 1717 gaat de verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de dijken van de grondeigenaren over naar de Nederlandse regering. In 1718 wordt de noordelijk gelegen zomerdijk opgehoogd tot zeewerende hoogte. Besloten wordt dat ook de bewoners van landstreken die niet aan de zee grenzen moeten meebetalen aan het herstel en de versterking van de dijken. Hiertegen ontstaat verzet dat culmineert tot de eerste Boerenopstand van 1718, waarbij duizen­den boeren en burgers op 4 oktober 1718 het Huis te Aduard van jonker Evert Joost Lewe aanvallen. Soldaten weten de opstandelingen uiteen te jagen met enkele doden tot gevolg. De leiders van de opstand worden terechtgesteld. Uiteindelijk wordt in 1840 de huidige zeedijk aangelegd.

De overheid had al gewaarschuwd moeten zijn door de Sint Maartensvloed van 13 november 1686. Het water komt dan wel zo’n 50 cm lager en op ’t Zandt laten ‘maar’ 9 mensen het leven, maar de predikant van Godlinze schrijft op een blad van een nog steeds beschikbare Statenbijbel, net als abt Emo 450 jaar eerder, een treurig oog­getuigen­verslag.

‘De meeste huizen zag men in de morgen van de oude dijk afgespoelden verdreven. Op een hooiblokzijn twee mensen van de meden komen aandrijven. Dd huizen aan de noordkant waren zodanig met water bezet, dat er geen voet van de zolder vrij was. Dode varkens en schapen kwamen op de weg drijven.’

[i] De maten grazen en deimpten verschillen per gebied, maar zullen waarschijnlijk beide grofweg iets minder dan een halve hectare beslaan. De maat gras is gebaseerd op de hoeveelheid gras­land die nodig was voor één koe.

[ii] Verpacht

[iii] Riviertje bij ’t Zandt, nu Oude Maar

[iv] Ad Pios Usus (= tot een godsdienstig/vroom gebruik), dus voor kerken, diaconieën etc.

[v] Het collatierecht is het recht om een dominee voor benoeming voor te dragen.

[vi] Het voormalige riviertje De Korrel