Genetisch onderzoek naar de afstamming van de Omta’s

Om meer inzicht te krijgen in de afstamming van de Omta’s heb ik als beheerder van de Omta.info website mijn erfelijk materiaal laten onderzoeken door 23andMe.

Onno Omta. Beheerder van de Omta.info website

Van mijn genetisch materiaal is 80,6% van West-Europese, waarvan 79,9% van Nederlandse of Duitse oorsprong. Verder komt 18,5% van Scandinavische en 0,9% van Asjkenazim (Asjkenazisch joodse) voor­ouders.

Door een vergelijking te maken met 400.000 andere personen in hun database kan 23and Me niet alleen aangeven uit welk deel van de wereld en uit welke landen de verschillende voorouders waarschijnlijk komen, maar zelfs uit welke provincies. Bij de interpretatie van deze gegeven moet ik er uiteraard rekening mee houden dat ik alleen van vaders kant uit Groningen kom. Als ik hiermee rekening hou komt ‘zeer waarschijnlijk’ (zoals 23andMe het noemt) een deel van mijn voorouders uit Friesland en/of Groningen en ‘waarschijnlijk’ een deel uit Nedersaksen in Duitsland.

Afb. 1: De eerste 19 (van de 22) chromosomen die de aanwijzingen bevatten over de Omta-stamboom Lichtblauw: Noordwest Europees; Donkerblauw: Skandinavisch; Groen: Asjkenazi; Grijs: niet toe te wijzen. Chromosomen 20 en 21 zijn lichtblauw  en chromosoom 22 is het apart besproken Y-chromosoom

Maar het genetisch onderzoek ontwikkelt zich steeds verder. Tegenwoordig is het mogelijk om ook de haplogroep te bepalen. Haplogroepen kan men zich voorstellen als grote takken van de menselijke stamboom. Iedere haplogroep omvat mensen met een gelijk genetisch profiel omdat zij een gemeenschappelijke voorouder delen. Aan het eind van alle zijtakken vinden we een mannelijk en een vrouwelijke haplogroep, een groep mannen of vrouwen die een bepaalde specifieke reeks mutaties op het Y-chromosoom (de haplogroep via de vaderlijke lijn) of het mitochondriaal DNA (de haplogroep via de moederlijke lijn) met elkaar deelt. Elke haplogroepnaam begint met één (of meer) letter(s) die de hoofdtak aangeeft en eindigt met het nummer van de mutatie (M) die een bepaalde haplogroep identificeert. Voor de stamboom van de Omta’s is alleen mijn vaderlijke haplogroep van belang, omdat ik deze deel met alle andere Omta’s.

Mijn vaderlijke haplogroep is R-M512 (ook wel aangegeven als R1a1a), een zijtak van R-M420 (R1a), een haplogroep van mannen die vanuit het Midden-Oosten via de Kaukasus en Siberië onder meer naar Noordwest-Europa kwam.  Deze haplogroep komt dan ook relatief veel voor in het Midden-Oosten, evenals in Centraal- en Zuid-Azië, waar het niveaus bereikt tot 60% onder de Kirgiezen en de Tadzjieken.

R-M512 is in Noordwest-Europa zeldzaam {1 op 3.200 in de 23andMe database (0,00025%)}. R-M512 komt meer voor in Oost-Europa, vooral in Polen. Deze mutatie komt er vooral veel voor bij de Asjkenazim. Omdat ook mijn algemeen genetisch profiel 0,9% Azjknazim-DNA bevat lijkt het waarschijnlijk dat tenminste één voorvader van de Omta’s Asjkenazim moet zijn geweest. Dit is goed mogelijk, veel Asjkenazim zijn tijdens de 30-jarige oorlog (van 1618 tot1648) vanuit Duitsland en Polen naar Nederland gevlucht. In dit verband is het interessant dat Willem Dirk Omta in zijn bijdrage uit 1967 voor Norma Field-Omta’s verhaal over de Omta’s in de VS (zie de pagina over de Omta’s in de VS) zonder verdere toelichting schrijft dat de Omta’s wellicht oorspronkelijk uit Polen komen. Jammer genoeg is hij in 2019 overleden, zodat wij hem niet meer kunnen vragen waar hij die aanname precies op baseerde.

Verder noordelijk draagt ​​ongeveer een derde van de Noorse mannen en een kwart van de mannen van de noordelijke Britse eilanden de R-M512 mutatie. Hun voorouders stammen waarschijnlijk af van de invallen van de Angelsaksen in de 5e eeuw en de Vikingen die na 800 uit Scandinavië kwamen. Interessant genoeg geeft Luit van der Tuuk (2021, pg 77-80) op basis van opgravingen in het Fries-Groningse terpengebied aan dat de bewoners, na een periode van ontvolking na de Romeinse tijd, waarschijnlijk afstammen van twee immigratiegolven, één van de Angelen uit Sleeswijk en/of de Saksen uit het West Elbegebied in de vijfde eeuw en één van de Vikingen vanuit Scandinavië in de zesde eeuw na Christus. In de Fries-Groningse geschiedenis komen ook verschillende Friese koningen uit Denemarken. De Omta’s kunnen dus ook Angelsaksen en/of Vikingen als voorouders hebben.

Specifieke literatuur

Johannes Krause en Thomas Rappe 2020, De reis van onze genen. Onze ge­schiedenis en die van onze voorouders, Nieuw Amsterdam

Luit van der Tuuk, 2021, Middeleeuwse geschiedenis van de Lage Landen. De Friezen, Omniboek