De ‘Omtadaburgh’ op ’t Zandt. Rijksmonument ID: 517388

DWARSHUISBOERDERIJ met DRIEKAPSSCHUUR, opgetrokken in een Ambachtelijk-traditionele bouwstijl met Neo-classisistische elementen. De boerderij is in 1851 herbouwd in opdracht van mevrouw D. L. Edema, de weduwe van W.D. Omta; het voorhuis werd er in 1867 voorgezet door de toenmalige eigenaar L.W. Omta, waarschijnlijk op de fundamenten van een oude borg. Toen de boerderij in 1871 afbrandde tot aan het voorhuis, werden schuur en hals herbouwd. De driekapsschuur staat haaks op het voorhuis met hals. Het complex is een van de weinige nog overgebleven kop-hals-romp-boerderijen met een dergelijke vorm, in de provincie Groningen.

De boerderij is markant gelegen op een door de Rijksdienst Oudheidkundig Bodemonderzoek archeologisch beschermd borgterrein (monumentnummer 46197). Het rechthoekige, omgrachte borgterrein (Ompteda), wordt in tweeën gedeeld door een dwarsgracht en heeft aan de zuid- en westkant nog singelbeplanting. De boerderij ligt met de voorzijde van de Omtadaweg afgekeerd, met restanten van toegangspijlers op de dam in de gracht.

Boerderij noch erf mochten worden bekeken; de omschrijving is derhalve onvolledig.

Omschrijving

Boerderij, bestaande uit een voorhuis, hals en driekapsschuur. Het geheel onderkelderde VOORHUIS (blokhuis) heeft gepleisterde gevels op een gepleisterd trasraam. Het afgeknotte wolfdak dat deels gedekt is met een zwarte platte Friese pan en deels met een nieuwe pan, heeft vier gepleisterde schoorstenen met kap en een rechthoekige goot (niet origineel). Op het dak een kleine klokkestoel met klok (niet orgineel). De gevels worden geleed door telkens vier, getoogde zesruits vensters met een gepleisterde segmentboog; een uitzondering is de oostgevel die één venster heeft. Onder de vensters van de noord- en westgevel een getoogd keldervenster met segmentboog; in de topgevel van de westgevel drie getoogde zaadvensters, in die van de oostgevel één. De hoofdentree bevindt zich midden in de zuidgevel en bestaat uit een paneeldeur (niet origineel) met bovenlicht met vergulde leeuw, binnen een omlijsting met kroonlijst; voor de deur een drie treden hoge stoep. Bij de entree twee gevelstenen waarop staat: “L. Omta 1867” en “A. Omta-Mulder”. Middenin de noordgevel bevindt zich eveneens een deur (niet origineel) met getoogd bovenlicht, binnen een omlijsting met kroonlijst; voor de deur een vijf treden hoge stoep tussen twee gepleisterde muurtjes.

De HALS is opgetrokken in een roodbruine (zuidgevel) en een rode baksteen (noordgevel, niet origineel) en heeft een schilddak met aan de zuidzijde een zwart geglazuurde Hollandse pan en aan de noordzijde een nieuwe pan. In de zuidgevel bevinden zich een twee deuren (waarvan één niet origineel) met bovenlicht, een H-venster, een zesruits- en een klein staand venster. De noordgevel heeft een niet-originele indeling.

De DRIEKAPSSCHUUR is opgetrokken in een roodbruine baksteen en heeft een samengesteld wolfdak, gedekt met riet waar aan de noordzijde golfplaat overheen is gelegd. In de nokken drie uileborden van hout en drie bekleed met golfplaat (niet origineel). De zuidgevel heeft drie getoogde dubbele houten schuurdeuren onder een korfboog met gepleisterde sluitsteen, zeven ijzeren rondboogvensters met roedenverdeling, zes ijzeren halfronde zaadvensters met roedenverdeling en een houten deur met bovenlicht, waarboven een natuurstenen gevelsteen met de volgende tekst: “Deze plaats is herbouwd in 1851 door de wed. van Willem Derks Omta, Derkje Lulofs Edema, en haar zoon Luilf Willems Omta”. De oostgevel wordt ondersteund door zeven gemetselde steunberen en heeft drie kleine ijzeren rondboogvensters met roedenverdeling en vier vensters met een houten luik ervoor. In de noordgevel bevinden zich twee hoge dubbele houten deeldeuren onder een korfboog met gepleisterde sluitsteen, twee getoogde dubbele houten schuurdeuren waarvan er een met paard in de sluitsteen, twee dubbele houten schuurdeuren met getoogd bovenlicht met decoratieve roedenverdeling, waarvan er een met paard in de sluitsteen, zeven ijzeren rondboogvensters met roedenverdeling en negen ijzeren halfronde zaadvensters met roedenverdeling. De westgevel is grotendeels blind.

Waardering

Boerderij met driekapsschuur van algemeen belang vanwege cultuur- en architectuurhistorische waarde

– als voorbeeld van een boerderij met een afwijkende vorm, uit de tweede helft van de 19de eeuw

– vanwege de sobere, maar verzorgde vormgeving

– vanwege de historische betekenis van het terrein

– vanwege de bijzonder mooie ligging op het voormalige borgterrein met omgrachting en singelbeplanting