De Omtadaborg na het overlijden van Luilf Willems (1843-1881) tot de uiteindelijke verkoop in 1932

Na het overlijden van Luilf Omta in 1881 neemt Antje Mulder de boerderij over. Deze is opnieuw zeer gegroeid. Uit de aangifte van de weduwe blijkt dat de nalatenschap van Luilf Omta naast de Omtadaborg zelf, nog zeven boerenwoningen en landerijen, in eigen bezit of beklemd, in totaal meer dan 138 hectare beslaat. De erfenis heeft een totale waarde van ƒ 156.300 (een huidige waarde van ongeveer € 1,6 miljoen). Dat de boerderijen niet allemaal in de buurt van de Omtadaborg liggen blijkt wel uit het feit dat zij in 1904 een boerderij met meer dan 50 hectare beklemd land bij Tolbert verkoopt (Nieuwsblad van het Noorden, 23-10-1904). Ook verhuurt zij 4,5 hectare land, deels als weiland en deels als hooiland te gebruiken (Nieuwsblad van het Noorden 13-03-1902). Antje Mulder blijft tot 1899 op de Omtadaborg wonen. Begin juli 1899 verhuist zij naar de Oosterstraat in de Stad Groningen, samen met haar zoon Simon Willem en een dienstbode E(i)tje Kooi. Als Simon Willem samen met zijn vrouw Jetty Tonnaer in 1905 naar Amsterdam verhuist blijft Antje Mulder in Groningen wonen. De dienstmeid vertrekt in 1907 en Antje Mulder gaat op 15 februari1908 naar Uithuizen, ongetwijfeld om zorg te dragen voor de huishouding van haar enkele weken eerder overleden dochter Derkje (Dirkje) Dojes-Omta (1869-1907, afb. 1).

1: Derkje Omta op een paard voor de ingang van de Omtadaborg

Om de Omtadaborg te leiden wordt in 1900 Freerk Kievit als hopman (bedrijfsleider) aangesteld. Samen met zijn vrouw Aaltje Kievit-Oudeman en een aantal boerenknechten en -meiden houden zij de boerderij draaiende (zie de foto van boer Kievit en zijn vrouw op afb. 2 en in het filmpje uit 1926 over het plezairdörsen van koolraapzaad op de Omtadaborg (https://youtu.be/h34OIEOJTbw).

2: Freerk Kievit en zijn vrouw Aaltje Kievit-Oudeman voor de Omtedaborg, ca. 1925, foto T. van der Laan, Uithuizen (collectie Bram van Dam)

Weduwe Antje Omta-Mulder verhuist enige tijd na het overlijden van haar dochter Derkje naar haar zoon Simon Willem, die inmiddels Commissionair in Effecten is geworden in Amsterdam, waar ze op 11 december sterft in zijn woning, de  P.C. Hooftstraat 155 te Amsterdam (afb. 3).

3: Overlijdensbericht van Antje Mulder, 11-12-1920. Links worden Simon Willem, zijn vrouw Henriëtte Sophie Armandine Hubertine (Jetty) Omta-Tonnaer, hun zoon Lulof Willem Frans Hubert (Lu) Omta* en de  familie Dojes genoemd. Rechts de advertentie in het Nieuwsblad van het Noorden van 13-12-1920 door Simon Willem Omta

  • Zie de pagina over Simon Willem en zijn nageslacht

De inboedel van de Omtadaborg, ongeveer 65 ha grond, de machines, de paarden en het vee en vier arbeiderswoningen worden op 26 en 27 januari en 22 februari 1921 per opbod verkocht in hotel Bulthuis op ’t Zandt (zie afb. 4, zie de pagina voor de omzetting van de originele verkoopadvertenties in Word).

De Omtadaborg is sinds het overlijden van Luilf Omta niet verder gegroeid. Volgens de aangifte heeft de erfenis een totale waarde van ƒ 291.500, een huidige waarde ongeveer € 1,6 miljoen, de helft gaat naar haar zoon Simon Willem en de andere helft naar Anna Aleida Dojes en Renger Dojes, de kinderen van Derkje Omta.

4: Hotel Bulthuis op ‘t Zandt

Bij de verkoop ligt de nadruk duidelijk op de akkerbouw, waarschijnlijk vooral de verbouw van tarwe, rogge, gerst en haver. Daarnaast worden voederbieten, erwten, klaver en vlas en lijnzaad genoemd. Ook valt de vergaande mechanisatie op. Zo worden er een zaai-, een schoffel-, een maai- en een zichtmachine en een zelfbinder, een hooischudder en een tractor aangeboden. Ook bezit de familie 1/10 aandeel in een stoom­dorsvereniging en een aandeel in een zuivelfabriek. Wat opvalt is dat ook de twee kerkbanken die hun voorvader Derk Arends in 1822 had gekocht nog in het bezit zijn van de Omta’s. Deze worden ook te koop aangeboden.

Simon Willem kan de Omtadaborg niet overnemen. Hij is als kind in een ‘dob’[1] (waterkuil; poel voor het vee) gevallen en had kinderverlamming opgelopen, waardoor hij éénzijdig verlamd was geraakt. Ook had hij veel geld verloren bij de belegging n de Russische Staatspoorwegen die na de overname door de communisten niets meer waard waren. De zoon en dochter van Derkje Dojes-Omta, Anna Aleida en Renger Dojes, kopen de Omtadaborg voor ƒ 120.200. In 1922 wordt Anna Aleida Dojes de enige eigenaar van de Omtadaborg voor ƒ 126.500. Na haar huwelijk op 29-12-1924 verhuist zij naar de boerderij ‘Oudelaan’ van haar echtgenoot Dirk Westerdijk te Usquert. Freerk Kievit blijft als bedrijfsleider op de Omtadaborg wonen tot de uiteindelijke verkoop op 15 december 1932.

De koop van de Omtadaborg blijkt geen goede belegging, midden in de grote depressie moet de Omtadaborg verkocht worden voor ƒ 65.000. De boerenbehuizing met zo’n 53 ha land wordt voor ƒ 57.000 gekocht door Menno Michiel Nanninga, houthandelaar in Groningen; 7,2 ha Godlinzer Buitendijks land wordt gekocht door Gerard Perdok voor ƒ 7.000 en tenslotte wordt een koe- en een schaapsweide gekocht door Tonnis Burema voor ƒ 1000. En tenslotte koopt de Nederlands Hervomde kerk op ’t Zandt de mannen- en vrouwen-kerkbanken terug voor ƒ 55. De familie Omta is ruim 120 jaar eigenaar geweest van de Omtadaborg.

[1] Een dob is in het Gronings een waterkuil.  Omdat terpen bij hoogwater soms weken omringt waren door de zee was drinkwater een probleem. Op de terpen werden daarom kuilen gegraven waarin regenwater werd opgevangen. Plinius meldt dit al in de eerste eeuw (Luit van der Tuuk, 2021, p. 21).