De Groningse tak van de Ompteda’s van de Opstand tot het overlijden van de laatste Groninger Ompteda in 1700

Zoals al vermeld in de pagina over de Ompteda’s tot de Opstand wordt Menolt Ompteda opgevolgd door zijn jongere broer Herman (Harmen) Ompteda als hoofdeling op ’t Zandt in 1558. In 1574 vererft de Omtadaborg aan zijn oudste zoon Fecko, jonker en hoofdeling op ‘t Zandt van 1574 tot 1598. Terwijl zijn broer Hendrick en zijn zuster Luecke Ompteda (1552–1620) als vurige protestanten moeten uitwijken naar Oost-Friesland is Fecko volgens de kroniek van Abel Eppens katholiek gebleven. Maar na de ‘Reductie van Groningen’ in 1594 legt ook hij de eed van trouw af aan het nieuwe bewind. In 1597 wordt de eerste ‘hervormde’ predikant, Henricus Houbing in 1597 te ’t Zandt bevestigd.

1: Ondertekening door (o.a.) Fecke Ompteda, 28 mei 1588 (Snaak, 2019)

Fecko trouwt tweemaal, eerst met Evertien Schaffer (? – 1585), dochter van Derck Schaffer, één van de burgemeesters van Groningen in 1564-1565, 1568-1572 en 1578 (?). Uit dit huwelijk worden geen kinderen geboren. Hij trouwt opnieuw op 14-11-1586 met Ave Coninck, dochter van Hugo Coninck en Aleid Eelts. Uit dit huwelijk worden drie dochters en één zoon geboren. De dochters zijn, Evertjen Ompteda, die op 14 januari 1610 trouwt met jonkheer en hoofde­ling Bernhard Jarges; Harmtje Ompteda (+/- 1590-1649) trouwt in 1620 met Joost Jurriens Lewe, jonkheer en hoofdeling op Onnema te Zandeweer en Aeltjen (Alegonda) Ompteda, die in 1624 trouwt met Johannes Dominicus Clant, jonkheer en hoofdeling te Garsthuizen, Stedum en Westeremden.

Zijn zoon heet, net als zijn grootvader, Herman Ompteda. Hij is ‘jonkheer en hoofdeling op Ompteda, ’t Zandt, Loppersum. Vierbuiren enz.’ van 1598 tot 1669 Ondanks het afleggen van de eed van trouw aan het nieuwe bewind door zijn vader, heeft zijn zoon de sympathie voor de Rooms-katholieke Kerk behouden. Na de ‘Reductie van Groningen’ mogen de Rooms-katholieken geen openbare godsdienstoefeningen meer houden. Toch proberen rondreizende jezuïeten hun geloofsgenoten in ‘Stad en Ommeland’ te bereiken, vermomd als koopman, als boer of als werkman. Eén van de rondtrekkende missionarissen die in de Ommelanden katholieken bezoekt en steunt, in een tijd dat de pest veel slachtoffers maakt, is de Jezuïet pater Franciscus Mijleman, ‘de apostel van de Ommelanden’ (1610-1667). Hij is in 1610 geboren in Brugge, in 1639 komt hij naar de Ommelanden. Vanuit Appingedam en Uithuizen organiseert hij allerlei godsdienstige bijeenkomsten die vooral ’s nachts, in de wintermaanden, op afgelegen plekken worden gehouden. Hij legt contact met de katholieke borgheren, waaronder Herman Ompteda. Mijleman krijgt ‘op de Omptedaborg een ideale schuilplaats en verblijft daar regelmatig (Snaak, 2019).

Herman Ompteda trouwt met Elteke ten Holte, dochter van Johan en Anna Lewe. Zijn dood op 14 juli 1669 en haar dood op 18 november 1677 zijn vastgelegd op grafstenen in het koor van de Mariakerk te ’t Zandt (afb.2 en3).

Uit hun huwelijk wordt één kind geboren. Fecko Ompteda, geboren in 1638, jonkheer en hoofdeling op Ompteda en Boukema enz., curator van de Groningen Hogeschool vanwege de Ommelanden 1679-1682, 1689 en 1690, overleden 06-11-1700. In 1666 is Fecko Ompteda ook eigenaar van de landerijen die bij de Boukemaheerd in Zeerijp horen. Het is rond deze tijd dat de borg ‘Baukum’ wordt afgebroken en er een heerd voor in de plaats is gekomen. In 1690 verkoopt hij de Boukemaheerd aan Edzard Rengers op Tuwinga. In 1748 zal de pachter (meier) Jan Clasen Nieboer één van de leidende figuren van de tweede Boerenopstand (de Groninger oproer, beter bekend als de pachtersoproer van 1748).

2: Mariakerk en koor met grafstenen

Als ook de moeder van Fecko is overleden (1677), slaat het noodlot voor Fecko opnieuw toe: zijn zoon Taco Johan overlijdt in 1685, een jaar vóór de Sint Maartensvloed op 18-jarige leeftijd.

Fecko Ompteda trouwt in 1662 met Anna de Sighers ther Borgh. Zij krijgen één zoon Taco Jan Ompteda en één dochter, Elisabeth(a) Ompteda. Het jaar 1673 is een dramatisch jaar voor Fecko. In dat jaar overlijden zowel zijn vrouw Anna de Sighers als zijn dochter Elizabeth(a) op dezelfde dag, 1 juli 1673. De doodsoorzaak is onbekend, het meest waarschijnlijk lijkt dat zij slachtoffers zijn geweest van de pestepidemie die uitbreekt als gevolg van de Tweede Münsterse Oorlog, die duurde van 1672 t/m 1674. In de zomer van het Rampjaar 1672 vallen de prins-bisschop van Münster, Bernhard von Galen (in Groningen beter bekend als Bommen Berend) en Maximiliaan Hendrik van Beieren, bisschop van Keulen, als bondgenoten van Lodewijk XIV de Republiek aan. Met name de troepen van Bommen Berend houden huis in de Ommelanden. De gevechtshandelingen en de daarmee samenhangende hongersnood leiden tot de laatste grote pestepidemie in Groningen en de Ommelanden.

3: Grafstenen Herman Ompteda, 14-07-1669 en Elteke ten Holte, 18-11-1677

Tekst op de grafstenen:

Herman Ompteda: anno 1669 den 14 july is die wel edele gebooren Herman Ompteda op Ompta ’t zandt loppersum 4 beuren & jr en hovelinck christelich in den heere gerust stabunt iusti in magna constantia adversus eos qui se angustiaverunt et qui abstulerunt labore eorum. videntes turbabuntur timore horribili. 

Anno 1677 den 18 november is die hoogh edel gebooren vrouw Elteke ten Holte wedewe Ompteda vrou op ompta en boukema christelick heere gerust. fallax gratia et vana est pulchritudo mulier timens dominum ipsa laudabitum proverb; 31 cap

Taco Jan Ompteda wordt geboren in 1665 maar sterft ongehuwd en kinderloos op 1 september1683. Uit zijn lijst met titels wordt duidelijk hoezeer het bezit van de Groninger Ompteda’s zich heeft uitgebreid. Hij is

‘Zoon op Ompta en Boukema, ’t Zandt, Zeerijp, Leermens, Eenum, Ees­terrecht, ten Post, Garrelsweer, Wittewierum, in de Vierbueren, Loppersum, Wirdum, ten Boer, Garmer­wolde, Thesinge, St. Annen en Westerdeel-Lange­wolt jonkheer en hoofdeling’.

Als gevolg van zijn overlijden wordt Fecko Ompteda de laatste jonkheer en hoofdeling op Ompteda. Hij overlijdt op 12 november 1700, maar van hem is geen grafsteen bekend. Van zijn vrouw en twee kinderen zijn de grafstenen wel bewaard gebleven (afb. 4).

4: grafstenen Anna de Sighers ther Borg en Elisabetha Ompteda, beiden 01-07-1673 en Taco Johan Ompteda, 01-09-1683

Tekst op de grafstenen:

Anna de Sighers ther Borg: Anno 1673 den 1 july is in den heere grust die hooghedel gebooren vrou Anna de Sighers ther Borg de huisvrou van de hooghed. geb. Fecco Ompteda,.heer op Ompta ende Boukema wiens ziele godt genadich zij

Elisabetha Ompteda: Anno 1673 den 1 july is de hooghedel geboren juffer Elisabetha Ompteda dochter van de hooghed. geb. joncker Fecco Ompteda heer op Ompta ende Boukema christelijck in den heere gerust.

De tekst op de grafsteen van Taco Ompteda is helaas onleesbaar.