Derk Arends (1767-1844), de eerste Omta op de Omtadaborg

1: Handtekeningen Derk Arends Omta en zijn vrouw Martje Klaassens (Klasen) bij het huwelijk van hun zoon Willem Derks Omta met Derkje Luilfs Edema op 16-12-1829

In 1767 wordt Derk Arends geboren. Op 24 september 1792 trouwt hij te Godlinze met Martje Klaassens (1765-1840), dochter van Engeltje Jans en haar eerste man Claas Pieters. Na hun huwelijk werkt Derk Arends op de boerderij aan de Oostpolderweg 5 te Spijk die Martje Klaassens heeft overgenomen (?) van haar moeder Engeltje Jans, die de boerderij in 1772 had geerfd van haar ouders Eeltje Jacobs en Jan Tonnis. Hier worden hun negen kinderen, Arend Derks (1792-1842), Klaas Derks (1793-1814), Aldert Derks (1796–1889), Willem Derks (1797-1849), Jan Tonnis (Thomas) Derks (1800–1866), Tjasse Derks Omta (1802-1802), Engeltje Derks (1803-1849), Geertje Derks (1804-1835) en Eelje Derks (1807–1871) geboren.

In 1810 gaan Martje Klaassens en hij wonen op de boerderij de Omtadaborg die zij overnemen van haar moeder Engeltje Jans. Die heeft de Omtadaborg samen met haar tweede man, Aldert Jans gekocht op 17 mei 1782[iv] ‘de plaatse Omta genaamd’ van Martjen Eijses, ‘benevens de vaste en altoosdurende beklemming van 83¾ grazen land, doende jaarlijks aan den Tjassens   tot huur 260 gulden, doende in de verponding[v] ƒ 26,–, 8 stuivers, vrij van Zijlschot voor ƒ 9.300’. Op 19 april 1805 overlijdt Aldert Jans op 57-jarige leeftijd aan een beroerte  (Groninger Courant, 23-04-1805), hij wordt op 26 april begraven te ’t Zandt (afb. 2).

2: Kerkelijke inschrijving begrafenis Aldert Jans, ’t Zandt, 26 april 1805

In 1806 koopt Engeltje Jans van de andere erven, huis Omta in ‘waren’ eigendom voor ƒ 23.146, 8 stuivers en 7 ½ duiten (zie ook de pagina over de Ompteda- wordt de Omtadaborg).

Dat de ‘vaste en altoosdurende’ beklemming van het land van Ompteda niet onomstreden was blijkt wel uit een concept-sommatie van 13 oktober 1810 door:

Jhr. Onno Tamminga van Alberda, rechter der jurisdictie van het Fivelingo-kwartier, ter instantie van Mevrouw E.J. Tjassens, vrouw van en gesterkt met de heer S.M.S. de Ranitz, de heer C. Tjassens en mej. A. Tjassens als kinderen en erfgenamen van hun ouders wijlen H. Tjassens en wijlen Anna Leman – van Engeltje Jans, weduwe van Aldert Jans of erfgenamen, om te bewijzen hun recht op het gebruik van ± 73 grazen land, binnen- en buitendijks onder het karspel ’t Zandt onder het huis Omta beklemd, benevens ± 10 grazen op de Godlinster uiterdijk onder ’t Zandt.

Wellicht is dit weer een discussie over de overgang van de beklemming na het overlijden van Engeltje Jans op 21 juni 1808, hoewel dit feit klaarblijkelijk niet bekend is bij de autoriteiten en bij mevrouw Tjassens. Gezien het feit dat de sommatie niet verstuurd schijnt te zijn lijkt erop te wijzen dat Derk Arends Omta en Martje Klaasens kunnen bewijzen dat het beklemde land door hen gebruikt mag worden, dan wel dat de zaak in der minne kon worden geschikt.

In 1811 eisen de Fransen dat iedere Nederlander een eigen achternaam kiest. Voor het doorvoeren van de dienstplicht en belastingheffingen willen de Fransen weten wie wie is. De zonen van Arend Willems en Geertje Arends kiezen ieder hun eigen achternaam. Willem Arends kiest voor Van der Ploeg, Arent Arends voor Ungersma en Tjasse Arends voor Biewenga. Derk Arends gebruikt de eerste vier letters van de naam van zijn boerderij voor zijn nieuwe achternaam: Omta. Met het aannemen hiervan wordt hij de stamvader van alle in totaal 217 Omta’s die na hem kwamen (Omta.Info site).

Het gaat de meeste Groninger boeren in de Franse tijd materieel voor de wind. Zo ook Derk Arends, hij betaalt tussen 300 en 350 gulden belasting en is daarmee één van de ‘hoogstaangeslagenen’ in het departement Westereems, de door de Fransen opgelegde samenvoeging van Groningen, Drenthe en het Duitse Reiderland.[vi] Wel wordt hij ergens in de periode 1812-1814 gedetineerd in het Huis van Arrest Poelepoort Groningen (https://hdl.handle.net/21.12105/88976589EA3F4A1BAFBD80D301937D11). Waarom hij gedetineerd werd is mij niet bekend, wellicht wilde hij, toen het duidelijk werd dat het minder ging met Napoleon’s oorlogen, zijn belasting niet langer betalen.

Vanaf 1818 tot 1827 breekt er een moeilijker periode aan. De graanprijs halveert door import van goedkoop graan uit Zuid-Rusland via de nieuw aangelegde haven Odessa, gecombineerd met overvloedige binnenlandse oogsten in 1818 t/m 1820. Tot overmaat van ramp breken bij de Stormvloed van 3 tot 5 februari 1825 de dijken door in de Nederlandse, Duitse en Deense waddenkust. Gelukkig zijn er in de provincie Groningen geen slachtoffers te betreuren, maar in de stad Groningen en de omlig­gende streken breekt als gevolg van de muggenplagen in een door de overstromingen moerasachtig geworden gebied in de hete zomer van 1826 (waarschijnlijk) malaria (anderdaagse koorts) uit. Deze ‘Groninger ziekte’ leidt in de stad Groningen zelfs tot een sterfte van zo’n 10% van de bevolking. Malaria was aan het eind van de 17e en de eerste helft van de 18e eeuw door het slechte watermanagement zelfs endemisch in de provincie Groningen.[viii] Er vinden dan ook veel gerechtelijke verkopingen plaats. Zo kopen Derk Arends en zijn derde zoon Aldert Derks in 1830 op een publieke veiling na het overlijden van de eigenaar extra landbouwgronden in Spijk. Het gevolg is dat zijn grondbezit zeer gespreid is (afb. 3).

3: De verspreid liggende landbouwgronden van Derk Arends in 1832 (Geel, Snaak, 2019, Hisgis)

Derk Arends heeft de middelen en de ambitie om zijn boerderij aanzien te geven en bezoekt in 1825 de veiling van de inboedel van de Luingaborg in Bierum. Hij keert huiswaarts met een hek, en hij koopt voor ƒ 30,– vier marmeren beelden op voetstukken voor de verfraaiing van zijn boerderij. Ook koopt hij van Anna Hermanna Tjassens[vii] in 1822 ‘twee banken aan de noordzijde in de Hervormde kerk te ’t Zandt ter rechterzijde van de preekstoel’ (afb. 4). De ene bank is voor de vrouwelijke, de andere voor de mannelijke familieleden. Deze koop verhoogt ook de status van de familie Omta in de kerk.

4: De ‘Herenbanken’ in de Mariakerk (G. Snaak, 2019)

Op 4 augustus 1840 overlijdt Martje Klaassens op 74-jarige leeftijd (afb. 5a en 5b).

5a: De gereinigde grafsteen van Martje Klaassens. 

Graftekst: Ter gedachtenis van de E Eerzame Martje Klasens echtgnoote van Derck Arends Omta. Zijnde (?) geboren te Spijck den … November 1765 en overleden op Omtada onder ’t Zandt…….. Augustus 1840, en ligt alhir begraven hopende op een zalige opstanding alleen uit vrije genade door den Heer Jezus Christus    

5b: Links het wapen en rechts detail van het schild met haar initialen MK en de drie klaverbladeren (een verwijzing naar de Drie-eenheid) en een naar links gekanteld hart, richting de grafzerk van haar echtgenoot Derk Arends (afb. 6)

Op 10 september 1841, één jaar na de dood van zijn vrouw Martje Klaassens, vindt ter verdeling van haar nalatenschap een uitgebreide inventarisatie van zowel de inven­taris, levende have en grondbezit van de boerderij van de oudste zoon Arend Derks (no 10, Buitendijks te Spijk) en zijn eigen boerderij (no. 89 op ’t Zandt), waar ook zijn vierde zoon Willem Derks werkt, plaats.[ix] Uit deze inventarisatie blijkt dat de Omtadaborg, evenals het bedrijf van Arend Derks in Spijk, een gemengd bedrijf is. Er zijn koeien, paarden, schapen, varkens, kalkoenen, eenden en kippen en in de schuur en in de kelder vinden wij een geslacht varken, een vat gerookt spek en vlees. Ook liggen er grote hoeveelheden hooi, rogge en paardenbonen opgeslagen. Op het veld staan gerst, haver, tarwe, bonen, groene erwten en aard­appels. Arend Derks sterft ongehuwd op 9-07-1842, waarvan kennis wordt gegeven door zijn vader Derk Arends. (afb. 5).

6: Overlijdensbericht  Arend Derks op 09-07-1842 in de Groninger Courant van 19-02-1844

Heden overleed te Groningen, bij mijne kinderen G.T. (Garmt Ties) Giesen en vrouw (Engeltje Derks Omta), mijn geliefde oudste zoon, in den ouderdom van 49 jaren, na eenige jaren sukkelend lijden. Ik geef hiervan kennis aan vrienden en bekenden. ’t Zandt, Derk Arents Omta

Gezien zijn slechte conditie lijkt het waarschijnlijk dat het zijn boerderij te Spijk is die op 14 december 1841 in de Groninger Courant te koop wordt aangeboden.

Mr S. Reijnders , notaris te Appingedam, zal, ten verzoeke van Derk Arends Omta en kinderen, aan derzelver boerenplaats, onder Spijk, op woensdag , den 30 maart en volgende dagen, telkens des namiddags te één uur op boelgoeds conditiën verkoopen: 11 paarden, 40 horenbeesten , 70 schapen, varkens, en ver­der volledig boerenbeslag, zoowel bouw- als melkgereed­schappen; wijders alle huismeubelen, als kabinetten, bedde­goed, koper, tin, enz. , enz. zullende op den eersten dag de levende have worden verkocht.

De tweede zoon, Klaas Derks (1793-1814) is jong en kinderloos gestorven. De derde zoon, Aldert Derks (1796-1889), krijgt veertien kinderen, waaronder zeven zonen die de volwassen leeftijd bereiken, maar hij neemt de boerderij van zijn vader niet over. Het is de vierde zoon, Willem Derks (1798-1849), die samen met zijn vrouw Derkje Luilfs Edema (1808-1864), waarmee hij in 1829 gehuwd is, gaat wonen en werken op de Omtadaborg. In 1843 wordt hun enige kind geboren: Luilf Willem(s) Omta (1843-1881). Derk Arends heeft deze kleinzoon nog net gekend: als Luilf één jaar oud is overlijdt opa op 17 februari 1844 op 76-jarige leeftijd. De overlijdensakte vermeldt dat zijn dood net als die van zijn vrouw Martje Klaassens, door de buren Klaas Fokkes Jukkema en Jacob Fokkes Lesterhuis (de huidige Omtadaweg 10) bij ‘den Burgelijken Stand’ wordt gemeld. “Uit aller naam” maken dochter Engeltje Derks Omta en haar man, kastelein en logementhouder Garmt Ties Tiessen in 1844 op pagina drie van de Groninger Courant de dood van Derk Arends Omta, de stamvader van alle Omta’s, bekend (afb. 7a). Afbeelding 7b toont de grafsteen op het kerkhof naast de Mariakerk (G> Snaak, 2019).

7a: Overlijdensbericht Derk Arends op 17-02-1844 in de Groninger Courant van 19-02-1844

Heden, den 17 Februarij, des morgens te 4 uren, overleed, op Omtada, aan verval van krachten, onze geliefde vader en behuwd vader Derk Arents Omta, in den ouderdom van ruim 76 jaren. ’t Zandt den 19 Februarij 1844. G.T. Giesen en E.D. Omta. UIt aller naam.

7b: Links: De grafsteen van Derk Arents Omta. Rechts: Het wapenschild met zijn initialen DAO met de drie klaverbladeren (een verwijzing naar de Drie-eenheid) en een met pijl doorboord hart (naar rechts gekanteld richting de grafzerk van zijn vrouw Martje Klaassens, zie afb. 5b)

Tekst: Ter nagedachtenis van de E. Eerzame DERK ARENTS OMTA; echtgenoot van Martje Klaassens: … … geboren te Spijk den 12den October 1767 en overleden op Omta onder ’t Zandt den 17 Februari 1844 en ligt alhier begraven hopende op een zalige opstanding alleen uit vrije genade door (onzen) Heer Jezus Christus nalatende 5 kinderen 5 aangehuwde en vijftien kleinkinderen

Specifieke literatuur

Ger Snaak 2019, Mariakerk ’t Zandt (Gr.), De grafzerken op het kerkhof bij de Mariakerk, ‘meer asdat er ien kerkebouken optaikend ston’ (Jan Boer), eigen uitgave, 1957 Bibliotheek Groninger Archieven, no. 32461

Peter R. Priester 1991, De economische ontwikkeling van de landbouw in Groningen 1800-1910, Proefschrift Wageningen Universiteit

[i] P.J.C. Elema, Groninger Archieven 2751, Oorkonde 22-02-1750.

[ii] Dit is nu de boerderij op de Vierhuizerweg 4 te Spijk (Alide Dirktje de Boer-Dojes 1929-2014).

[iii] Van de afstamming van Geertje Arends waarvan de familie uit Thesinge komt is veel meer bekend dan die van Arend Willems. Allereerst trouwt haar betovergrootvader Arend Arends (+/- 1625-1692) eerst in 1649 met Trijntien en daarna +/- 1670 met Corneliske Jacobs, geboren 1648 in Thesinge als dochter van Jacob Jansen en Harmtien. Uit dit tweede huwelijk worden in ieder geval twee zonen geboren: Derk Arends en Hendrik Arends. Derk Arends (1671-?) trouwt op 17-10-1691 met Geertjen Heijnens (1672-?) dochter van Heino Gerryts en Lysbeth. Zij krijgen 4 dochters en twee zonen. Arent Dercks (5 -9-1696-?) is de oudste. Hij trouwt op 7-4 1726 met Welmoet Jacobs en hertrouwt op 30-03-1739 met Rienje (Reinje) Tjasses (1705-?) weduwe van Sybrand Dercks. UIt het eerste huwelijk worden 1 zoon en 4 dochters geboren, waarvan Geertjen Arends de oudste is (de meeste gegevens komen van Alide Dirktje de Boer-Dojes, 1929-2014).

[iv] In het verslag van Norma Field-Omta over de emigratie van haar familie naar de VS komen een aantal verslagen voor van informatie die ze ontving van Willem Dirk Omta (1937-2019) over de geschiedenis van haar voorouders in Nederland.  Volgens hem wordt in de stukken van het Zandster Eesterrecht de datum 5 juli 1782 als verkoopdatum genoemd.

[v] Een soort grondbelasting.

[vi] Volgens Willem Dirk Omta geldt voor alle zonen van Arend Willems dat zij behoren tot de hoogste kringen van de Provincie Groningen. Dit zou ook een verklaring kunnen zijn voor het verassende feit dat er in de alle Groningers site een Anje Derks Omta voorkomt in het huwelijks­register van Geuke Tjapkes van der Zijl van 28-03-1840 als de overleden moeder van de bruidegom, gehuwd met de dan ook al overleden Tjapke Geukes van der Zijl. Ook volgens de Pondes.nl site komt zij voor in de geboorteakten van zijn kinderen als hun grootmoeder, geboren in 1765. Als wij echter op de alle Groningers site kijken naar het doopboek en het overlijdensregister dan zien wij dat zij op 23-02-1771 gedoopt is te Lellens, als dochter van Derk Heijnes en Hijke Jacobs, en dat zij op 09-07-1821gestorven is in Godlinze, inderdaad gehuwd met Tjapke Geukes van der Zijl. Waarschijnlijk heeft haar vader de naam Klaassens aangenomen want de namen van haar ouders zijn nu Derk en Hijke Klaassens.  Uit de verschillen in de geboortedata (hij heeft zijn moeder zes jaar ouder gemaakt) blijkt wel dat Tjapke Geukes van der Zijl niet erg precies was in zijn opgave in de geboorteaktes. Zo relatief kort na het toekennen van een achternaam was ook de naamgeving wellicht nog niet erg wijd verbreid en kon Tjapke Geukes van der Zijl zich op deze manier linken aan een belangrijke familie in de Ommelanden. In het overlijdensregister staat zijn moeder vermeld als werkvrouw. Niemand kon hem tegenspreken, zijn beide ouders waren op het moment van het huwelijk immers al overleden.

[vii] Dochter van Herman Tjassens en Anna Laman.

[viii] Malaria (anderdaagse koorts) wordt veroor­zaakt door de via de Anopheles-mug overgebrachte parasiet Plasmodium vivax of P. malariae), een mildere vorm dan de tropische malaria (veroorzaakt door P. falciparum). Patiënten sterven i.h.a. niet direct aan deze vorm van malaria maar zijn dusdanig verzwakt dat ze minder weerstand hebben tegen andere infectieziekten.

[ix] Waarschijnlijk wil Derk Arends problemen voorkomen over de verdeling van de erfenis van zijn overleden vrouw, maar ook die van zijn oudste zoon, Arend Derks, die dan al ernstig ziek is. Hij heeft dan al de voor die tijd hoge leeftijd van 74 jaar bereikt. Ook zal hij zijn totale bezit en beklemmingen die in 1810 nog ter discussie werden gesteld notarieel willen vastleggen. Naast de gedetailleerde inventarisatie in 1841 van alle vaste en losse goederen (tot de individuele lepels en borden toe) in en bij de boerderijen van Derk Arends en Arend Derks, zijn namelijk ook alle relevante documenten voor de vaststelling van de juridische status van de (toekomstige) nalatenschap notarieel vastgelegd. De reden hiertoe lijkt te zijn geweest dat uit de roerige tijd van de Bataafse republiek en het begin van Napoleontische tijd vaak geen ‘overgeschreven’ documenten lijken te zijn terug te vinden. Tussen 1794 en 1806 zijn er geen stukken aanwezig, regelmatig staat er ‘de comparanten verklaren…. Geen schriftelijk bewijs voorhanden’. Het oudste vermelde document is de verzegelde koopbrief van 1853 van 12 grazen (ca 6 ha) ‘eigen’ (dus niet beklemd) land in Godlinze door Jan Tonnis, de vader van Engeltje Jans. De verzegeling van dit document is geschied in naam van de Princesse Gouvernante Lieutenant en Hoofdmannen. Het gaat hier om Anna (1709-1759), prinses van Groot-Brittannië en Ierland, die de Nederlanden bestuurt voor haar minderjarige zoon Willem V, vanaf de dood van haar man Willem IV in 1750 tot aan haar eigen dood in 1759.